Casus IEP: Geen opname, wél resultaat
Casus IEP: Geen opname, wél resultaat
Op een woonzorglocatie liep de zorg voor een 75-jarige vrouw met dementie en psychiatrische kenmerken steeds verder vast. Ze vermeed zorg, waardoor haar hygiëne in het gedrang kwam, en vertoonde verbaal en fysiek agressief gedrag. Ze liet zich alleen verzorgen door één medewerker en bepaalde haar eigen dag- en nachtritme. Achterdocht en hallucinaties speelden een rol, medicatie werd geweigerd en de spanning liep hoog op. Voor haarzelf en voor het team.
De behandelaar schakelde het consultatieteam van het IEP in om mee te kijken. Dit team ondersteunt zorgorganisaties bij zeer ernstig probleemgedrag (D-zep) en helpt om situaties weer hanteerbaar te maken.
Van observatie naar afweging
Samen met het team en de behandelaren werd de situatie in kaart gebracht. Tijdens observaties van zorgmomenten werd zichtbaar waar de spanning ontstond en wat het gedrag beïnvloedde.
Op basis van de eerste indruk leek een opname op het IEP passend. De familie gaf echter aan het eerst op de huidige locatie te willen proberen. Dat werd het uitgangspunt voor de verdere aanpak.
Samen anders kijken en doen
Behandelaren van het IEP gaven medicamenteuze adviezen. Tegelijk gingen een verpleegkundige en ggz-agoog met het team aan de slag met de benadering van de cliënt en de inrichting van de zorgmomenten.
Door mee te kijken, voor te doen en samen zorgmomenten uit te voeren, kreeg het team steeds meer handvatten. Er werd gezocht naar wat wél werkte: een benadering die beter aansloot bij de cliënt en minder weerstand opriep.
Ook werd een manier gevonden waarop de cliënt medicatie accepteerde, wat bijdroeg aan meer rust en stabiliteit.
Rust en blijven op de eigen woonplek
Het gedrag stabiliseerde en werd beter hanteerbaar voor het team. De cliënt liet zich weer verzorgen en ervaarde meer comfort.
Waar eerst gedacht werd aan opname, bleek dit uiteindelijk niet nodig. De cliënt kon in haar vertrouwde woonomgeving blijven wonen.
Wat deze casus laat zien
Deze casus laat zien dat zelfs bij zeer ernstig probleemgedrag niet altijd een opname nodig is. Met de juiste expertise, samenwerking en aanpassingen in de benadering kan veel bereikt worden.
“Juist door de inzet en draagkracht van het team, in combinatie met de ondersteuning van verschillende disciplines, hebben we dit resultaat bereikt: dat de cliënt in haar eigen woonomgeving kon blijven,” vertelt de GGZ-agoog.
Door kennis uit ouderenzorg en GGZ te verbinden, helpt het IEP teams om gedrag beter te begrijpen en weer grip te krijgen op complexe situaties met oog voor de cliënt, de naasten en het zorgteam. Vroegtijdig inschakelen van het consultatieteam helpt daarbij. Er is dan vaak nog voldoende draagkracht om met adviezen aan de slag te gaan.